Technologie is niet neutraal. Wat wordt daarmee bedoeld, en wat betekent dat voor jouw werk? Professor Johan Versendaal en buitenpromovendus Christel van de Wal van de Open Universiteit nemen je een uur lang mee tijdens dit webinar over Value Sensitive Design (VSD).
Over Value Sensitive Design
Value Sensitive Design (VSD) is een manier om te ontdekken welke waarden voor je (beleids)doelen belangrijk zijn. Het is een verzameling methoden en technieken die je vanuit verschillende perspectieven helpen om een verantwoord systeem te bouwen. Het gaat om een conceptueel, een empirisch en een technisch perspectief.
Stapsgewijs ontwerpen
Met deze ontwerpmethode bepaal je stapsgewijs: wat willen we bereiken met een bepaald beleid en wat zien we als publieke waarde die het verschil maakt? Vervolgens leid je daar de normen van af. Voor die normen bepaal je dan weer de (technische) eisen voor wat je gaat maken. Dit zijn de bouwstenen om dat uiteindelijke (beleids)doel te gaan behalen. En wat hebben we daarvoor nodig? Value Sensitive Design helpt je om die verschillende abstractieniveaus te begrijpen en daar praktisch mee om te gaan.
Voor wie
Dit webinar biedt een aanvulling in de gereedschapskist voor iedereen die met de (door)ontwikkeling van systemen te maken heeft. Interessant voor opdrachtgevers, adviseurs en betrokkenen bij de realisatie.
Zelf aan de slag
Wil je na het bekijken van deze webinar aan de slag? Benut vooral het bestaande zoals de Code Goed Digitaal Openbaar Bestuur (CODIO) en laat je inspireren door de waardenkaarten van verschillende organisaties. Als handig startpunt hebben we in de goodiebag alle tips en linkjes op een rijtje gezet. Bekijk de goodiebag van het webinar

Ontdek hoe je publieke en persoonlijke waarden tot leven brengt in beleid, systemen en dienstverlening. Professor Johan Versendaal en buitenpromovendus Christel van de Wal van de Open Universiteit nemen je een uur lang mee in hoe Value Sensitive Design (VSD) je helpt om waarden als eerlijkheid, autonomie, transparantie en inclusie vanaf de tekentafel in te bouwen. Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. Host: Lykle de Vries.
♪ VROLIJKE INTROMUZIEK ♪
[Logo Rijksoverheid. RADIO Webinar: Technologie met een geweten. 4 december 2025.]
LYKLE: Welkom bij het webinar: Technologie met een geweten. Mijn naam is Lykle de Vries, en ik ben werkzaam bij RADIO: de RijksAcademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid. En ons doel is om zoveel mogelijk van onze collega's bij Rijksoverheid en andere overheden digitaal fitter, vaardiger en kundiger te krijgen. Hopelijk draagt ook dit webinar daar weer aan bij. We gaan in de wereld van Value Sensitive Design duiken. En voor het geval je zou denken 'wat is dat dan?' hebben we daar natuurlijk twee experts voor aan tafel. Heel fijn dat jullie erbij zijn. Johan Versendaal, jij bent hoogleraar Responsible Information Systems... Responsive? Responsible. Responsible Information Systems Design. Aan de Open Universiteit, en lector Digital Ethics aan Hogeschool Utrecht. En naast jou zit Christel van de Wal. Jij bent buitenpromovendus aan de Open Universiteit. Zo kennen jullie elkaar ook. Jij onderzoekt het gebruik een Value Sensitive Design-aanpak en de bescherming van publieke waarden in datadeling in ecosystemen met en binnen de overheid. Daar gaan we zo een hoop over horen, want daar is van alles te leren. Daarnaast ben je ook nog Functionaris Gegevensbescherming bij het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Asiel en Migratie. Een hele mond vol. Superfijn dat jullie de tijd nemen om jullie kennis en ervaring met ons te delen. Jullie ook online, van harte welkom. Als je dit nu live kijkt, dit webinar, dan kun je via de chat vragen stellen. Doe dat vooral, want dan leer je er meer van en dat vinden mijn gasten ook heel leuk, want ze weten er veel van. Mijn collega's Femke, Roy en Janet zitten klaar om jullie vragen te bekijken en aan mij door te spelen. We beginnen met een vingeroefening, want ik wil van jullie wel weten of jullie het eens zijn met de volgende stelling. De eerste poll is: techniek en technologie zijn neutraal. Ben je het daar wel of niet mee eens? Jullie mogen 'm nog niet verklappen. (GELACH)
JOHAN: Erg moeilijk.
LYKLE: Maar een hamer is natuurlijk gewoon een hamer. Die doet spijkers slaan, toch?
JOHAN: Ja.
LYKLE: Daar is niks bijzonders aan, of wel?
JOHAN: Nee, in principe niet.
LYKLE: Maar daar zit het 'm in.
JOHAN: Het helpt al om een goede handleiding erbij te hebben, te schrijven. Nou is voor de hamer dat niet zo nodig denk ik, maar het is de context waarin je het gebruikt. Daar kun je van tevoren over nadenken.
LYKLE: Onze kijkers zijn het unaniem met elkaar eens dat techniek en technologie niet neutraal zijn. Dus dat de context waarin je iets gebruikt nogal een rol speelt. En die hamer, daar kun je ook gewoon iemands hoofd mee inslaan. Dat is niet waarvoor-ie bedacht was, maar... We gaan het hebben over technologie met een geweten, omdat we in een tijd leven waarin we hebben meegemaakt wat er gebeurt als je digitale systemen, informatiesystemen, onhandig ontwikkelt. Laten we het maar even zo zeggen, want iedereen heeft er z'n best voor gedaan. We vinden het belangrijk dat we meer nadenken over de waarden die we nastreven en dat die netjes hun vertaling vinden in de software die we gebruiken, in de systemen die we bouwen. Maar ja, hoe doe je dat dan? Daarom kijken we vandaag naar Value Sensitive Design als een methode waarbij dat kan helpen. Maar er zijn er meer. Zullen we die eerst kort benoemen? Niet dat mensen denken dat we nu zeggen dat dit de enige manier is waarop het kan. Het is wel een hele goede manier natuurlijk. Wat is er nog meer te krijgen op dit vlak?
JOHAN: Er zijn andere, vergelijkbare methodes zoals begeleidingsethiek van collega Peter-Paul Verbeek en Daniël Tijink. Er zijn ook allerlei richtlijnen rondom Artificial Intelligence. ALTAI is misschien bekend. Een 'assessment list' om AI-systemen op waarde te beoordelen. CODIO is binnen de overheid een...
LYKLE: Waar staat dat voor?
CHRISTEL: Code Goed Digitaal Openbaar Bestuur.
LYKLE: Code Goed Digitaal Openbaar Bestuur. Dankjewel.
JOHAN: Dat is er eentje die je triggert om goed na te denken over bepaalde principes en waarden. Maar ze verschillen allemaal wel een beetje, en ze vullen elkaar ook aan. Dat is wel een van de boodschappen die ik probeer mee te geven vandaag. Wat ons betreft is dit webinar ook vooral gericht om weer een gereedschap erbij te doen in de gereedschapskist voor iedereen die bezig is met het ontwikkelen van nieuwe systemen. Nou, laten we eens van start gaan. Technologie is niet neutraal.
JOHAN: Ja...
LYKLE: Johan.
JOHAN: Als je die vraag tien jaar geleden gesteld zou hebben, denk ik dat er een wat andere verdeling in de antwoorden zou zijn. Dus ik ben heel blij dat we in de tussentijd wat meters hebben gemaakt daar. Een aantal jaar hebben wij voor een EAP-leverancier gewerkt. En dan was je in gesprek met verschillende partijen om te kijken: wat is de volgende release, de volgende uitgave van je software? En wat gaat daarin? Dan was het nog weleens zo dat sommige dingen er niet bij kwamen en andere wel. En waarom dan? Als je het over inclusiviteit hebt zou je juist willen dat de partijen die wat minder vermogend zijn ook voldoende zeggenskracht krijgen voor hun wensen. Dus in die zin zie je dat waarden in functionaliteitsdefinities al meespelen. Ik vind gebruiksvriendelijkheid een belangrijke niet-functionele eis. Als er functionaliteit in een systeem zit en het is lastig of niet ontsluitbaar, dan zit het er feitelijk niet in. En dan raakt dat ook de waarden van het welzijn in het werk bijvoorbeeld. Om maar eens wat te noemen. De socio-technische context. Dus de hamer: je kunt 'm gebruiken voor een spijker, maar hij kan ook misbruikt worden. En anticipeer daarop tijdens de implementatie van je systeem. Dus dat zijn wel dingen waar je in ieder geval iets mee kan doen.
LYKLE: Zeker. En zo komen we dan vanzelf bij Value Sensitive Design?
JOHAN: Nee. Value Sensitive Design is een van de methoden. Het is sowieso goed om richtlijnen die zijn uitgevaardigd, 'codes of ethics' of 'codes of conduct' die in een bepaalde organisatie werken, te volgen en te benutten. Value Sensitive Design heeft... Misschien kan ik een plaatje rondom Value Sensitive Design even op het scherm krijgen. De volgende wil ik. Deze. Value Sensitive Design is een verzameling methoden en technieken die je vanuit verschillende perspectieven, een conceptueel, empirisch en een technisch perspectief, helpen om verantwoorde systemen te bouwen. Dat doen ze doordat je dus conceptueel praat over het systeem zoals dat gebruikt kan gaan worden, en daarover nadenkt. Misschien vanaf je bureau. Daarbij helpen ook die richtlijnen zoals CODIO. Die triggeren je voor allerlei waarden die daar een rol spelen. Het empirische stuk gaat met name in op het spreken met de stakeholders. Dus conceptueel is spreken over, empirisch is spreken met. En in het technische perspectief probeer je de functionaliteiten die je wilt inbouwen, de criteria, de eisen daarvoor, scherp te krijgen. Dat zijn verschillende perspectieven. Ze zullen een beetje op elkaar volgen, maar ik zie met name dat het perspectieven zijn, zodat je voortdurend kunt terugverwijzen naar elk van de perspectieven. Omdat je bijvoorbeeld bij het technisch perspectief erachter komt dat we misschien toch nog even goed na moeten denken over de waarden in het conceptuele stuk.
LYKLE: Is het een nooit eindigende cirkel, of is het een iteratief proces?
CHRISTEL: Ik vind dat het niet eindigt. Bij de conceptuele fase ga je inderdaad inventariseren: Welke stakeholders zijn er? Wat zijn hun belangen? En vervolgens ga je vanuit het empirische, of parallel daaraan, of achtereenvolgens, ga je vanuit het empirisch perspectief bekijken: Wat moet er nou eigenlijk gebeuren om die belangen daadwerkelijk te realiseren? En wat hebben we daarvoor nodig? Dus daar komen veel domeinspecialisten, er komt een dialoog op gang. Die dialoog kan met stakeholders zijn, direct of indirect betrokken. De risico's worden in kaart gebracht van alle opties. Dus in zoverre zorgt het empirische dat die publieke waarden beter worden onderbouwd. Vervolgens kunnen in een technische fase de ontwerpeisen worden gedefinieerd om die publieke waarden die in die empirische fase zijn benoemd ook daadwerkelijk te realiseren. En in die empirische fase heb je ook dat de waarden die je definieert eigenlijk ook normen worden. Dus daaraan kan je de uitvoering ook gaan toetsen. Dan krijg je ook dat interne sturing externe werking wordt. Maar dat is niet eenmalig. Dat doe je eigenlijk continu. Want de context kan ook veranderen, of de prioriteiten kunnen veranderen. Dat betekent ook dat mogelijk die ontwerpeisen moeten veranderen, zodat een systeem of een proces zich ook mee blijft ontwikkelen.
LYKLE: Heb je het dan over de ontwerp- en realisatiefase waarin dit meermaals voorbij komt, of ook nadat het systeem opgeleverd is, dat het blijft lopen?
CHRISTEL: Ik denk dat zelfs voordat je aan een ontwerpfase begint dat je heel goed nadenkt: waar gaat deze dienstverlening van de overheid nu eigenlijk over? Wat is nou eigenlijk ons doel? Als dat doel een digitale component heeft, dan kan je inderdaad zo'n Value Sensitive Design daarvoor gebruiken om die publieke doelen en die vertaling naar 'welke waarden willen we realiseren en voor welke doelgroep?' heel erg helder te maken. En als je die helderheid hebt, dat je dan ook kan gaan definiëren: wat heb ik nou nodig om bottom-up dat hogere doel echt te gaan bereiken en in de tijd te blijven bereiken? Dus dat evaluatiemoment blijft erin zitten.
LYKLE: We hebben vaker gehoord dat het een heel ouderwets idee is om te denken dat je een systeem één keer bouwt en dat het dan decennia ongemoeid kan blijven draaien. Het is logischer om daar continu de vinger bij aan de pols te houden. We praten er nu wat abstract over. Kunnen we een concreet voorbeeld noemen?
JOHAN: Ja, we kunnen bijvoorbeeld... Even nog aanvullend op wat je zei. Ik denk dat er in het iteratieve proces... Je bedenkt een aantal publieke waarden bijvoorbeeld. Je bedenkt een aantal kwesties die je wilt meenemen van tevoren. Maar op het moment dat je bijvoorbeeld met die stakeholders aan de gang gaat, dat je dan tot nieuwe inzichten en ook nieuwe waardenidentificatie komt, en tot een verdere specificering van je normen die je daaromheen wilt hebben, en dus uiteindelijk ook je criteria. Een goed voorbeeld komt uit eigen praktijk. In coronatijd hadden wij een app die heette 'Online proctoring'. Die deed het online examens afnemen bij studenten thuis. Die klapten hun laptop open, de camera gaat aan en vervolgens kunnen ze online het examen doen. Daar kwamen wel een aantal interessante waarden naar boven waar, als je zo'n applicatie maakt, een leverancier wat minder over nadenkt. Dus het is heel belangrijk bij de implementatie ervan dat je goed nadenkt over die waarden. Privacy was natuurlijk heel duidelijk, maar ook inbreuk op je persoonlijke leefomgeving, of gelijkwaardigheid. Kan ik vanuit eenzelfde... Of je nou bij een studentenhuis een examen afneemt, in een studentenhuis waarin je huisgenoten voortdurend langslopen, of als je nog thuis woont. Dat maakt nogal een verschil. En daarover nadenken en kijken: heeft dat betekenis? Wil ik daar iets mee als partij die het systeem wil gaan gebruiken? Of: als leverancier bouw ik daar functionaliteit voor in. Dat is wel belangrijk.
LYKLE: We komen daar later ook nog even op terug. Ik dacht ook aan zo'n voorbeeld als proactieve dienstverlening. Dat een overheid dan zegt: We willen mensen die er nu niet aan toekomen om bepaalde hulp te krijgen toch actiever gaan benaderen. Dat is, of lijkt, een heel nobel streven, maar dat gaat ook niet vanzelf.
JOHAN: Dat gaat zeker niet vanzelf. Ik weet dat collega's van Hogeschool Utrecht een project hebben gedaan: proactieve dienstverlening. Die zijn echt met VSD-methoden en -technieken aan de gang gegaan. En bijzonder was dat bijvoorbeeld daardoor in het gesprek met burgers hele interessante mechanismen naar boven komen. Bijvoorbeeld: als je als overheid een helpende hand wilt uitsteken, dan zet je een bepaalde pet op. Maar je hebt als overheid ook twee andere petten, namelijk: beschikken en straffen. Dus als je in dezelfde persoon of organisatie die drie petten hebt, dan moet je heel duidelijk maken dat je daarin kunt nuanceren en duidelijk kunt maken welke pet je op hebt. Een beetje vergelijkbaar met wat wij als docenten met studenten hebben. We begeleiden ze, maar aan het eind van de rit examineren we ook. Dan heb je twee rollen die het lastig maken dat op het moment dat je ze wil helpen, dan kan het zijn dat je wat wantrouwend bent, of dat je denkt: Hé... Een ander fenomeen rondom die proactieve overheid, een mechanisme dat we zagen, ging over financieel kwetsbaren. Als je daarop proactief acteert, dat je bij zo'n iemand dan maakt: je bent een potentieel probleemgeval, waar schuld, schaamte en veroordeling feitelijk onder kan zitten. En mechanismen om daarmee om te gaan, dat is de uitdaging met Value Sensitive Design.
LYKLE: Eigenlijk als ik het zo versta, zijn het niet alleen de waarden die ik als persoon of als organisatie belangrijk vind, maar dat ik me vooral ook heel erg realiseer dat mijn perspectief op die waarden voor een ander heel anders kan zijn. Is dat hoe het mechanisme werkt, Christel?
CHRISTEL: Dat denk ik zeker. Daarbij is context ook heel erg van toepassing. Dus de context van de ene persoon versus die van de andere persoon, terwijl we misschien wel dezelfde dienstverlening willen aanbieden. Dan is het ook natuurlijk goed dat we nadenken: welke stakeholders willen we nou eigenlijk bereiken? Wat is belangrijk voor hen? En hoe kunnen we dan in onze dienstverlening, fysiek of digitaal, daar zo dicht mogelijk bij aansluiten of in ieder geval rekening mee houden? Zodat de dienstverlening die we aanbieden ook zo effectief mogelijk kan zijn en zo weinig mogelijk negatieve impact heeft.
LYKLE: Ik ben wel benieuwd naar jullie mening, beste kijkers, want we hebben een tweede poll voor jullie. En die luidt: regels zijn belangrijk, maar waarden horen leidend te zijn in ons dagelijks werk. Ik richt me nu even tot alle collega's in de overheid. Wat vinden jullie? Moeten waarden leidend zijn in onze dagelijkse praktijk? Ik denk dat ik weet wat jullie ervan vinden. Maar je doet het in grote organisaties. Zijn waarden en principes wel universeel? Want heel veel van die dingen gaan vaak gecombineerd met het woordje natuurlijk. 'Natuurlijk vinden we dat belangrijk. Het is toch logisch dat...' Maar zijn waarden en dergelijke wel universeel wat dat betreft?
CHRISTEL: Voor een deel wel. Maar voor een deel is het ook dat er gewicht aan gehangen wordt en dat er ook geprioriteerd moet worden. En dat waarden in een bepaalde situatie de overhand kunnen hebben ten opzichte van andere waarden. En daarbij heb je ook nog natuurlijk dat je het goede wil doen, maar wat is het goede? Daar moet je ook voldoende steun voor vinden. Dat kan je in de dialoog vinden of in het publieke debat vinden. Het werk dat in de Tweede Kamer in het democratisch proces gebeurt is eigenlijk ook een grote dialoog. Dan zie je eigenlijk ook dat datgene wat daar wordt beslist, of waar wetten voor worden gemaakt, dat die onderliggende waarden ook al vaak worden meegenomen. Die kan je bijvoorbeeld in de memorie van toelichting vinden. En dan ook meenemen: waarom hebben we gedaan wat we hebben gedaan? Als we daar dan vervolgens in de digitalisering een proces op moeten ontwerpen, of een systeem moeten ontwerpen dat daar invulling aan moet geven, dan is het ook heel goed om die koppeling naar dat beleid, naar die wet en naar waarom we dat hebben gedaan mee te nemen om daadwerkelijk ook dat beleid of die wet effectief te laten zijn.
LYKLE: Driekwart van onze kijkers is het ermee eens dat regels belangrijk zijn, maar waarden leidend horen te zijn in ons dagelijks werk. Een kwart niet. We kunnen ze nu niet vragen waarom. En tegelijkertijd kan ik me er ook wel iets bij voorstellen. Ik zou ook kunnen zeggen: Het hangt ervan af waar het over gaat. Er zijn moment dat regels regels zijn, en er zijn momenten waar je wat meer kijkt naar de context en de situatie. Maar als je systemen ontwerpt, probeer je daar toch een betere houvast in te vinden.
CHRISTEL: Dat is wat ik nog wilde aanvullen op m'n vorige betoog. Publieke waarden zijn heel belangrijk. Je moet daar ook genoeg steun voor hebben. Dus de legitimiteit die je hebt. Maar het moet ook nog haalbaar zijn. Organisatorisch en financieel. De keuzes die je maakt op het ene onderwerp hebben ook invloed op de begroting en daarmee ook indirect op een ander onderwerp. En we hebben ook juridische kaders. Dus het is de mix van: wat vinden we belangrijk? Hebben we daar genoeg steun voor in de dialoog en binnen de stakeholdersgroep, voor wie we het eigenlijk doen? Is het legitiem? Past het binnen de juridische kaders? Maar is het ook financieel of organisatorisch haalbaar? Het is een balans. Het is een natuurlijk evenwicht. Dat is eigenlijk ook een soort van strategische balans. En als het een de overhand neemt, dan raken bijvoorbeeld de overheden uit evenwicht. Dus het is wel een balanceeroefening.
LYKLE: Ook iets wat continu blijft spelen.
CHRISTEL: Zeker.
LYKLE: Ik realiseer me nog, beste kijkers, dat je hierdoor misschien vragen hebt. Aarzel niet om die in de chat te zetten. Dan leg ik die voor aan Christel en Johan. Maar jullie doen hier onderzoek naar. Jullie hebben hier verstand van, ook in de praktijk. Er is vast een ordening te verzinnen om van publieke waarden doorvertaald te komen naar bijvoorbeeld concrete code van software.
CHRISTEL: Klopt. Wat daarbij bijvoorbeeld helpt, is het gebruik van waardenhiërarchieën. Johan heeft al een paar keer de CODIO genoemd. Dat is een instrument om een waardenhiërarchie te maken als het gaat over digitalisering van processen. Bij zo'n waardenhiërarchie kan je ook heel goed in kaart brengen: wat willen wij als overheid eigenlijk realiseren? Wat is nou ons doel? Wat is die dienstverlening die we willen stimuleren? En dat doel centraal stellen. Maar dan ook daar meteen een begrip krijgen van: wat moet er gebeuren als we digitale dienstverlening willen optimaliseren? Bijvoorbeeld om burgers beter te laten participeren. We stellen vragen aan een burger vanwege sociale zekerheid. Kunnen ze van een regeling gebruikmaken? Dan is dat natuurlijk een prachtig doel. En als we dan instrumenten gaan inrichten waarmee burgers daadwerkelijk daar gebruik van kunnen maken, zullen we ook daarin moeten meenemen dat bijvoorbeeld de privacy goed gewaarborgd is van de burger. En dat de regeling ook herkenbaar is voor burgers en dus ook in hoge mate inclusiviteit steunt. Of dat de toegankelijkheid gewaarborgd is als wij die dienstverlening aanbieden. En daar komen dan weer eisen onder vandaan. En dan heb je een waardenhiërarchie. Dan begin je bottom-up. Ik mag niet meer data verzamelen dan nodig is. De data moet beschermd worden. Met die twee systeemeisen zou je een deel van de privacy kunnen waarborgen. Omgedraaid: als de norm is dat de dienstverlening inclusief moet zijn, dan moet ik ook zeker weten dat het beeld dat ik gebruik genoeg representatie heeft voor de burgers en dat zij zich daarin herkennen. Dus dat moet variabel zijn. Als wij zeggen 'Het moet begrijpelijk en toegankelijk zijn', dan moeten we ook de juiste taal gebruiken en misschien wel meertalig zijn om het doel dat we willen realiseren ook daadwerkelijk mogelijk te maken.
LYKLE: Helder. Is dat de strategische driehoek van Moore?
CHRISTEL: Nee, de strategische driehoek van Moore is vooral de balans dat we het publieke doel centraal stellen, dat we daar legitimiteit voor hebben, maar dat het ook financieel haalbaar is. Dat is de strategische driehoek van Moore. Maar die helpt wel om dat hogere doel helder te krijgen.
LYKLE: Dan gaat het vervolgens weer over al die verschillende perspectieven die daarbij aan bod komen. Zegt het model ook iets over hoe je die organiseert?
JOHAN: Deels. Dus waardenhiërarchie, Value Sensitive Design... Wanneer pas je wat toe en waarom? Dat is niet altijd even helder. Je kunt in sommige situaties kiezen om eerst de boer op te gaan, en het gesprek te hebben met stakeholders en een stakeholderanalyse te doen. Of stakeholders te interviewen. Dan heb je twee van die technieken die VSD in zich heeft. Om duidelijker te krijgen welke waarden een belangrijke rol spelen, welke publieke waarden een belangrijke rol spelen en hoe die in normen kunnen worden vastgelegd en uiteindelijk in ontwerpeisen. Dus dat is onderwerp van studie van mijn wetenschappelijke werk op dit moment. Wanneer pas je nou wat toe? En hoe weet je dan dat het echt effect heeft? Dus dat je echt heel goed bezig bent en verantwoord. Dus eigenlijk hangt het van je context af. Sector is een belangrijke. De medische sector is eentje die heel ver ontwikkeld is en die al heel veel na heeft gedacht over ethiek. De overheid denk ik ook, vind ik ook. Maar in andere sectoren veel minder. Dan zul je zien dat AI-toepassingen bijvoorbeeld misschien wat ondoordachter gebruikt zullen gaan worden.
LYKLE: Dat zou je kunnen denken op basis van wat we afgelopen jaren gezien hebben. Maar zelfs als je nog niet precies weet wat de volgorde zou zijn, dan nog kun je wel zeggen: Je moet alle drie de perspectieven voldoende aan bod laten komen om te zorgen dat je tot een goede afweging komt. Dus dat heb je altijd als houvast.
JOHAN: Ja, maar ook dat zou nog situationeel kunnen zijn.
LYKLE: Ja. En als je dan denkt 'Ik probeer toch één proces te ontwikkelen', dan is het misschien moeilijk om om te gaan met situationele verschillen. Of is dat wel te adresseren in deze aanpak?
JOHAN: Het is zeker te adresseren. Misschien is het mooi als ik weer een voorbeeld noem. We hadden het al even over die proactieve overheid. Daar is bewust gekozen om de straat op te gaan en burgers te vragen: Wat was je laatste ervaring met de overheid? En daar kwamen positieve en negatieve ervaringen uit. Daarmee krijg je een soort gevoel van welke waarden belangrijk worden gevonden. En dan heb je dat vertrouwen dat ik al schetste. 'Kan ik je wel vertrouwen als overheid?' En dat betekent weer dat je daar echt aandacht aan moet besteden, want anders is het gewoon niet effectief. Een andere waarde die speelt is autonomie. 'Ik kan het toch zelf regelen.' Dat kwam ook heel duidelijk naar voren. Dus in die situatie kun je verder gaan uitwerken wat autonomie dan betekent. Betekent dat dat je helemaal niet mag inbreken in het leven van de burger? Of dat je goed kunt verantwoorden waarom je inbreekt in het leven van de burger. Een ander voorbeeld. Deze week kwam ik... Ik werd dinsdagochtend wakker, en het eerste wat je dan doet is even kijken naar het nieuws. Nu.nl kwam met: Energieleveranciers gaan ertoe over om zelf je warmtepomp uit te zetten of niet. Daar kun je wat van vinden. Er werd een keurig verhaal gehouden in het stuk over dat het geld bespaart en dat het duurzaam is. En het is dan interessant om te kijken wat voor reacties eronder worden gegeven. En het was heel mooi om te zien dat een van die reacties direct was: 'Daar gaat m'n autonomie. Ben ik nog veilig? Waarom gebeurt dit?' Dus alle alarmbellen gingen feitelijk af. Dan zie je wat zo'n interventie, zo'n systeem in één keer doet. Ik denk dat je daar wellicht op kan anticiperen door de doelgroep te bevragen en te zeggen: 'Wat vinden jullie een fijne manier? Want als we dit invoeren, dan breken we een beetje in in de autonomie, maar je bent tegelijkertijd solidair om netcongestie te voorkomen. Want daarmee kunnen we ook die verdeling van energie beter aan.'
LYKLE: Dus eigenlijk zoek je het gesprek op, zodat je het over die waarden kunt hebben en de afweging die daar gemaakt wordt.
CHRISTEL: En de context geef je er dan veel beter bij, want het idee dat een energieleverancier je warmtepomp kan uitzetten voelt misschien ongemakkelijk, maar als je goed weet waarom dat gebeurt, ligt het toch allemaal wat genuanceerder. Dus die context is wel heel belangrijk: welke afspraken maken we daarover? En dan kan het altijd zo zijn dat mensen het prettig of onprettig vinden, maar dan hebben we daar meer een dialoog over.
LYKLE: Dan begrijp je het. Dat maakt het makkelijker om iets te accepteren. Oké. Moeten we nog even een plaatje zoeken bij die hiërarchie? Die kunnen we er nog wel even bij halen, want dan helpt het voor sommigen. Hier kunnen we nog wel even bij stilstaan. Dit is die balans waarvan je zei: De drie aspecten moeten met elkaar in evenwicht kunnen zijn. Dat is het spel wat tot en met de Tweede en Eerste Kamer ook gespeeld wordt. Daar zit wat politieke turbulentie omheen, maar uiteindelijk zijn dat gesprekken die gaan over waarden, afgewogen tegen de drie andere aspecten.
CHRISTEL: Het is het democratisch proces dat niet alleen plaatsvindt in de Eerste en Tweede Kamer, maar dat eigenlijk ook plaatsvindt op het moment dat er verkiezingen zijn, waar wij ook onze eigen prioriteiten bepalen. Alle keuzes hebben consequenties en effect, en ook impact. Een keuze voor het een heeft effect op de keuze voor iets anders. Dus kiezen we massaal voor het ene doe, dan kan dat effect hebben op de Rijksbegroting of gemeentelijke begroting. Dus dat is ook een gedeelde verantwoordelijkheid. Dus daar is die balans ontzettend van belang.
LYKLE: En die moeten we actief bewaken.
CHRISTEL: Daar moeten wij bij stilstaan.
LYKLE: En het hiërarchische overzicht dat je benoemde, komt hierna.
CHRISTEL: Ik zal 'm even opzetten. Dit is inderdaad een plaatje dat ik had gemaakt dat gaat over digitaal. Dus stel dat we een doel hebben, we willen dat digitaliseren en we willen dat op een betrouwbare manier doen, dan moeten we inderdaad ook stilstaan bij het punt dat de gegevens goed beschermd moeten zijn en dat we niet meer verzamelen dan strikt noodzakelijk. En dat alle burgers ook kunnen meedoen, participeren en zichzelf herkennen. Dus we moeten zorgen dat de toegankelijkheid tot de dienstverlening optimaal is en dat het beeld dat we gebruiken een breed etnisch perspectief heeft. En daarnaast moet de 'tone of voice' en het tekstniveau op orde zijn, zodat het begrijpelijk is voor de doelgroep die dit aangaat. Dan heb ik nog een hiërarchie gemaakt. Als het goed is, is dat de volgende. Deze waardenhiërarchieën zijn niet iets nieuws. Het is ook niet iets waar de overheid nu opeens mee te maken heeft en wat nog niet eerder bedacht is. Want in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw waren de waardenhiërarchieën al heel erg bekend. Met name als het gaat over productontwikkeling. Met name dus in het bedrijfsleven of in de markt. Toen werd er ook al gedacht: 'Als er een product ontwikkeld wordt, of dat dan voor de industrie is of voor de consument, dan moet dat aansluiten bij datgene wat een afnemer daadwerkelijk beweegt.' Dat noemen ze de 'Means End-methode'. En die manier van denken, waarbij de productontwikkeling ervan uitgaat dat als ik klanttevredenheid wil realiseren, dan moet ik een product maken dat bij de consument of afnemer past. Ik kan niet een product maken waar ik of geen klanten voor heb, of wat de klanten niet kunnen betalen. Datzelfde geldt ook voor de overheid. Wij leveren ook een dienst. Dus diezelfde verhouding en diezelfde hiërarchie gaat top-down of bottom-up. Dus wij kunnen ook heel veel leren van datgene wat in het bedrijfsleven eigenlijk al ruim 30 jaar gebruikt wordt.
LYKLE: De Means End-methode: de middelen om tot een doel te komen. En ook dat kun je prima structureren met zo'n hiërarchie om het geordend te krijgen. Want ik kan me voorstellen dat bij mensen de dingen door elkaar heen vliegen, over: wat is dan belangrijk en wat moet eerst? Maar zo'n hiërarchie helpt dat heel erg ontwarren.
CHRISTEL: Ja, de Means End kijkt eerst: welke kenmerken worden verondersteld? Wat is belangrijk voor zo'n consument? En dan gaat-ie uiteindelijk naar de top en dan weet je welk product of welk doel je eigenlijk wil realiseren.
LYKLE: En als er een vraag komt, heb je hier een routekaart of houvast van hoe je die vraag kunt beantwoorden.
CHRISTEL: Je gaat eigenlijk van je kenmerk, naar je norm, naar je doel. Of van je doel, naar je norm, naar je kenmerk. Het is net hoe je het wilt bekijken. En zo geldt dat eigenlijk ook voor dienstverlening van de overheid.
LYKLE: Super. Dan heb ik weer een poll voor onze kijkers. De derde. Deze heet: in mijn werk kan ik voldoende ruimte nemen om waardengerichte afwegingen te maken. In mijn werk kan ik voldoende ruimte nemen om waardengerichte afwegingen te maken. Daar ben ik wel benieuwd naar. Want ik heb weleens van horen zeggen: 'Het is druk. We moeten presteren. En we hebben gewoon een deadline te halen, dus we hebben geen tijd hiervoor.' Dat heb ik alleen maar van horen zeggen. Maar dit is wel een beetje het beeld dat bij de buitenstaander kan ontstaan, van: Ze zijn van alles aan het doen, dus ze nemen niet eens de tijd. Als ik de reacties zie, dan loopt deze veel meer naar... Niet een 50-50, maar de groep mensen die zegt 'Ik heb die tijd misschien niet' is best wel veel groter dan je zou willen. Kunnen we daar met zo'n methodiek als deze ook ruimte voor helpen maken? Of overvraag ik de methodiek dan?
JOHAN: Het is een beetje een klassiek probleem. De investering gaat vooraf. Dus je denkt vooraf na over wat een digitale innovatie voor consequenties kan hebben op waardengebied, op ethisch gebied. En daarmee win je in het latere traject. Helaas zit de wereld vaak in elkaar, van: 'We definiëren projecten. En die hebben een bepaald budget en een bepaalde tijdslengte, en die staan onder druk.' Dus ik begrijp ook soms de 'perfect storm' die het bijna onmogelijk maakt om überhaupt met waarden rekening te houden. Dus: It's a fact of life. Ik denk zelf dat... Daar zit je toch op de aspecten van: belangrijk dat je vertrouwen krijgt van je leidinggevende om het te doen. Dat je ook de ruimte krijgt om aan te geven dat het goed is om er expliciet aandacht aan te besteden. Dus dat zijn een beetje de middelen waar ik op zou sturen voor dit soort dingen.
CHRISTEL: Ik kijk ook naar de mogelijkheden die we wel hebben. En gelukkig hebben we binnen Rijksoverheid een instrument, of een grote afspraak, en dat heet het Beleidskompas. Daar zitten wel toetsingen in, zoals een uitvoeringstoets. Verder hebben we ook instrumenten zoals consultatie, wat eigenlijk ook een dialoog met de directe stakeholders is. Dus als er wetten worden gemaakt, worden ook betrokkenen die er heel veel van afweten en alle burgers uitgenodigd om te consulteren. We hebben de Raad van State die ons ook nog controleert. Zo zijn er op hoog niveau best wel wat 'checks and balances' die zorgen dat we het juiste doen en niet uit de bocht vliegen. Dus dat zijn instrumenten. En als we naar decentrale overheden kijken, heb je ook participatiemogelijkheden om inspraak te hebben. En ik denk dat het inmiddels ook wel gemeengoed is om met belangrijke onderwerpen op die manier om te gaan. En het gebeurt ook dat er thema-avonden worden gehouden of inspraakavonden. Dus de 'checks and balances' zijn er wel. Dus ik denk dat we die ook gewoon zo moeten benoemen.
LYKLE: De respons was half om half, dus de andere helft ervaart die ruimte wel. En laten we hopen dat we dat percentage de komende jaren verder omhoog krijgen. Zullen we nog eens terugkeren naar de 'online proctoring'? Zo noemde je het. In coronatijd de studenten die online examen deden in plaats van in grote examenzalen. Licht het voorbeeld nog een keer opnieuw toe. Het was namelijk vanuit de situatie makkelijk genoeg bedacht: of we gaan niet examineren, want we mogen niet uit huis, of we vinden iets waar mensen mee vanuit huis alsnog examen kunnen doen. 'O ja, we kunnen videobellen. Nou, hop.' Dat was het ongeveer, hè?
JOHAN: Dat was het kort door de bocht. De druk was op dat moment ontzettend hoog, maar gelukkig waren er ook tegenreacties destijds. En volgens mij zijn er rechtszaken over geweest.
LYKLE: Laten we die slide er nog eens even bij pakken.
JOHAN: Misschien is het aardig om de VSD-slide nog even te zien.
LYKLE: Wij zijn hem in de studio niet op het grote scherm. Kijk, nu wel.
JOHAN: Ik ga even terug. Eentje terug. Ja. Dus wat zich daar voordeed was wel een soort druk die alles vloeibaar leek te maken. En tegelijkertijd is het goed om daar voldoende aandacht aan te besteden. Wij hebben als Hogeschool Utrecht daar expliciet over nagedacht. Je ziet daar in het midden de ethische matrix staan. Dat is een techniek, eigenlijk een notatietechniek, die je helpt om overzicht te houden over: wat gebeurt er nu eigenlijk tussen al die stakeholders en al die waarden die spelen? Dus het hele proces van waarden boven tafel krijgen en welke stakeholders is onderdeel van VSD. En als je dat weet, kun je daarvan verslagleggen in de ethische matrix. Die ziet er dan voor online proctoring bijvoorbeeld zo uit. Ik heb 'm niet helemaal ingevuld om 'm een beetje overzichtelijk te maken. Ik heb de student en de huisgenoot eruit gepakt als twee stakeholders die je in de eerste kolom ziet. En in de bovenste rij zie je de waarden die van belang zijn. [Privacy, autonomy, equality, well-being, reputation en sustainability.]
LYKLE: Ik neem aan dat de kleurcodering aangeeft of iets wel of niet matcht.
JOHAN: Ja, of het toevoegt aan die waarde, ofwel inbreuk doet aan die waarde. Bij de student was duidelijk dat privacy een issue was bij online proctoring, want je wordt 'video recorded' en er is een noodzaak dat ook je omgeving zichtbaar wordt gemaakt. Datzelfde geldt voor die huisgenoot, die andere stakeholder. En dat kan zeker oncomfortabel zijn en niet gewild. Autonomie bijvoorbeeld. Er wordt inbreuk gedaan op je laptop. Er wordt een plug-in geïnstalleerd. En je wordt verplicht om je camera aan te zetten. Dus dat was informatie die we via de VSD-technieken boven tafel kregen en die we netjes hebben geplot in deze matrix. Zo krijg je helder waar de probleemsituatie zit. Dus autonomie en privacy is wel een dingetje.
LYKLE: Mag je dan van VSD verwachten dat je daarmee alle rode veldjes uit zo'n matrix groen kunt krijgen?
JOHAN: VSD-methoden en -technieken bieden je handvaten om daarnaar te kijken en meer inzicht over te hebben. Maar het is geen proces dat automatisch leidt tot.
LYKLE: Dan zijn we terug, Christel, bij wat jij zei. Je bent continu in gesprek, en uit dat gesprek komt een afweging.
CHRISTEL: Uit de dialoog komt de afweging. Daar komt ook uit: wat zijn nou onze hoogste belangen, wat willen we vasthouden en waar willen we op inleveren? Dan moet er een afweging gemaakt worden en die kan contextafhankelijk zijn.
JOHAN: Bijvoorbeeld in dit geval bij de online proctoring hebben we voorgesteld om voor wat betreft autonomie de functionaliteit toe te voegen waarin de plug-in automatisch wordt verwijderd nadat het examen is afgelopen. En voor welzijn: als je ongewend bent om een examen af te nemen op je werkplek in je huiselijke omgeving, werden er trainingen gegeven en was er ook de mogelijkheid om zelfs naar een school te komen, of naar een plek waar je wel wat rustiger kon werken.
LYKLE: En daarmee trad je ook buiten de technische oplossing van het videobellen.
JOHAN: sociotechnisch.
LYKLE: Precies. En dat is een belangrijk aspect. Dat je weliswaar een digitale oplossing voor een probleem creëert, maar dat je nog steeds blijft kijken naar de wereld waarin je dat doet en ook alternatieven biedt die, wanneer je die nodig vindt, buiten die wereld kunnen bestaan.
JOHAN: Wat VSD doet, is je methoden geven om dat een beetje boven tafel te krijgen.
CHRISTEL: VSD is daar een methode voor om die waarden te kunnen benoemen, en verder zijn er ook behoorlijk wat hulpmiddelen, waardenkaarten die de deelnemers aan zo'n gesprek ook kunnen inspireren. Want het is best moeilijk om die waarden zelf te gaan verzinnen, terwijl je er misschien wel wat van vindt, maar om dat te gaan duiden. En om daar een begrip van te krijgen, zou ik iedereen willen inspireren om naar de waardenkaarten te kijken die er al zijn. Er zijn al heel veel gemeenten die voor het digitaliseren van dienstverlening al waardenkaarten hebben gemaakt. Die hebben daar soms ook hun eigen kernwaarden aan toegevoegd, maar verder zijn er ook heel veel andere waarden die generiek binnen die decentrale overheden naar voren komen. Daarnaast zijn er ook specifieke waardenkaarten binnen het sociale domein. Het sociale domein kan binnen één decentrale overheid werken, maar ook als decentrale overheden of uitvoeringsorganisaties met elkaar moeten samenwerken: hoe doen we dat dan? Daar zijn ook waardenkaarten voor. De CODIO is een instrument dat op een hele gestructureerde manier ook inzicht geeft in het gebruik van waarden en hoe je die in een VSD-proces helder kan maken. Waar je dus ook zo'n hiërarchie in kan opstellen. Een andere hele mooie waardenkaart vind ik de waardenkaart van de politie. Daar staan algemene waarden in, maar ook bijvoorbeeld hele contextspecifieke waarden zoals nabijheid of moed. Dat zijn toch ook waarden die we dan in de context van het betrouwbare, integere politiekorps ook belangrijk vinden dat die mensen, als het erop aankomt, of dichtbij ons zijn of moed kunnen tonen om de problemen van Nederland ook op te pakken. Wat dat betreft kan ik me voorstellen dat mensen het moeilijk vinden om waarden te benoemen, maar zijn er ook al heel veel instrumenten ontwikkeld die daar ook hulp bij bieden en dan mogelijk in een dialoog als inspiratie kunnen dienen.
LYKLE: En houvast bieden, ook op momenten dat het uitgedaagd wordt. Daarmee gaan we naar de vierde poll die ik nog voor jullie heb. En die is: politieke druk maakt het moeilijk om waardengericht te blijven werken. Dus je hebt de waardenkaart omarmd als organisatie, er komt iets in het nieuws en ineens staat het onder spanning. Die politieke druk is iets van alle tijden, maar de laatste tien jaar lijkt het veel meer te zijn geworden. Dat heeft natuurlijk voor mensen in de overheid wel effect. Ik ben benieuwd wat jullie, kijkers, daarvan vinden. Dan hebben we het over een bepaald soort spanning. Maar binnen de Value Sensitive Design-aanpak ga je sowieso om met spanning, want je hebt waarden die je allebei wilt omarmen, maar die misschien ten opzichte van elkaar ook uitdagingen bieden. In je voorbeeld gaf je al aan: om de online examens goed te kunnen doen, wil je extra software. Maar daarvoor moet je de autonomie van de student toch wat verminderen. Anders weet je niet zeker of die versie van de software geïnstalleerd is. Dus dat is een continu aspect van Value Sensitive Design. Dat je spanning hebt tussen verschillende waarden die je omarmt.
JOHAN: Absoluut. Heel kenmerkend is, dat komt in heel veel gevallen voor: privacy versus transparantie. Hoe transparanter je bent, hoe meer je aan je privacy tegemoet moet komen, denk ik. Maar in dat voorbeeld van die energieleverancier zit het eigenlijk tussen solidariteit en autonomie. Hoe maak je daar dan de afweging? De kunst is om daar ook weer boven tafel te krijgen waar het optimum zit. Je kunt niet vaak... Het mooist zou zijn om aan beide waarden voldoende aandacht te kunnen besteden, maar vaak is het ook gewoon: Dit is het dan maar even. Dus zo pragmatisch moet je ook zijn. Daar zijn ook weer methoden voor in Value Sensitive Design. Bijvoorbeeld de Value Dams and Flows is zo'n methode die boven tafel krijgt: welke waarden zijn nou in een soort prioritering belangrijk en welke waarden moeten we überhaupt volgen? Zo kun je dat boven tafel krijgen.
LYKLE: Een praktisch beeld is dat je in het vliegtuig altijd uitgelegd krijgt dat je eerst zelf dat zuurstofmasker opdoet en daarna pas een ander helpt. Dat zal voor een willekeurige ouder niet altijd de eerste reflex zijn, maar als je dat eerst zelf doet, kun je wel beter blijven zorgen. Dat is een soort van samengaan van die spanningen.
JOHAN: Als ik nog een ander voorbeeld mag geven. In een van m'n colleges kwam een student met een voorbeeld van het analyseren van riooldata, en noemde dat 'big brown data'. Prachtige naam vind ik dat. In coronatijd was dat al zo, maar ook bijvoorbeeld voor een overzicht van het drugsgebruik in Nederland. Wat vinden we daarvan nog aanvaardbaar qua waarden? Wat vinden we van hoever de overheid daarin mag gaan? Een van de methoden van VSD zegt dan: aan welke schuifjes kun je draaien om het nog acceptabel te maken. Dus je kunt die riooldata-analyse op stadsniveau doen, op wijkniveau, op postcodeniveau. Zo kun je aan die schuiver aangeven: dit vinden we nog acceptabel. Waarschijnlijk kom je dan op dorp- of wijkniveau uit en niet gedetailleerder. Om bijvoorbeeld daarmee suggesties te geven aan gemeentes om bepaald beleid te gaan voeren.
LYKLE: Maar niet de privacy van mensen direct te beschadigen. 80 procent... Nee, sorry. 73 procent van de mensen zegt: Politieke rumoer/druk maakt het moeilijk om waardengericht te blijven werken. De afleiding is er. Ze zeggen niet dat ze erin mislukken, maar ze ervaren het wel. Ik zit in m'n lijstje te spieken, heel opzichtig. De spanningen tussen waarden hebben we nu met een paar voorbeelden benoemd. De 'technical investigation'. Dat is de term die jullie gebruiken. Kunnen we die nog even in het Nederlands uitleggen?
CHRISTEL: Technical investigation gaat eigenlijk over: we weten welk publiek doel of maatschappelijk doel willen bereiken. We hebben bepaald welke normen we daaraan stellen. Maar je moet ook systeemeisen bepalen, eigenlijk 'by design'. Vooraf, voordat een ontwikkelaar of ontwerper aan de slag gaat. En doordat je weet welke normen je centraal hebt gesteld, 'wat moeten we zeker bereiken om dit doel te halen?', weet je ook welke systeemeisen je daarvan gaat afleiden. Dus dat is eigenlijk technical investigation. Maar dan ook weer binnen de mogelijkheden die haalbaar zijn, dan wel wat nog extra nodig is. En daar moet je dan ook weer afstemming over hebben, of steun.
LYKLE: Nou is het duidelijk dat VSD een methode is, een manier van werken. Eigenlijk is het een verzameling van verschillende technieken zelfs die ten opzichte van elkaar geordend zijn. Dus het is niet een waardensysteem op zich. Het is een manier om te ontdekken welke waarden belangrijk zijn en af te wegen. Wat is de overeenkomst tussen publieke waarden en VSD wat dat betreft?
CHRISTEL: Value Sensitive Design is een ontwerpmethode. Een ontwerpmethode waarbij je in eerste instantie gaat bepalen: wat willen we? Wat willen we bereiken? Vervolgens ga je daar de norm aan afleiden: de publieke waarden. Eerst was het publieke waarde. Dan ga je zeggen: welke publieke waarden willen we als norm echt halen? En wat hebben we daarvoor nodig? Value Sensitive Design helpt je om die verschillende abstractieniveaus te gaan begrijpen en om daar op een praktische manier mee om te gaan. Want anders krijg je dat mensen niet meer weten waar je het over hebt.
JOHAN: Begrijpen en, ik zou zeggen, aanvullen. Dus je komt ook door Value Sensitive Design toe te passen op nieuwe waarden, persoonlijke waarden soms, waar je ook rekening mee wilt houden. En dan zie je dat dat toevoegt aan elkaar.
LYKLE: Ja. En de verschillen tussen Value Sensitive Design en publieke waarden? Hoe zou je die benoemen?
CHRISTEL: Zoals ik net vertelde: Value Sensitive Design is een proces, een ontwerpbenadering. En die kun je op verschillende manieren toepassen. Publieke waarden zijn dat ultieme doel. Wat wil ik bereiken met 'n bepaald beleid? En de publieke waarden die je daarvan afleidt, zijn eigenlijk de bouwstenen om dat uiteindelijke doel te gaan halen. Value Sensitive Design brengt dat bij elkaar.
JOHAN: Het is niet helemaal terecht, maar zwart-wit zou je kunnen zeggen: met publieke waarden en de kaarten die er zijn ga je top-down aan de slag. Ik weet dat dat niet helemaal het geval is, want je gaat ook met stakeholders zeker in gesprek bij die kaarten. Maar top-down. Terwijl VSD nadrukkelijk al die stakeholders betrekt en dat expliciet boven tafel krijgen. Dat kunnen 'directe' stakeholders zijn, de gebruikers van het systeem, maar ook indirecte, dus degenen die er door worden beïnvloed. In het geval van online proctoring was het bijvoorbeeld de huisgenoot. Die kan er ook niks aan doen dat-ie toevallig in hetzelfde huis woont.
LYKLE: Ja, precies. Dus op die manier vullen ze elkaar heel goed aan. Als maatschappij hebben we publieke waarden waar we steeds beter in worden om die goed te formuleren en waarin we continu het gesprek hopen te voeren op allerlei niveaus wat vandaag, morgen en de komende tijd belangrijk is. Maar als je concreet systemen bouwt, dan is zoiets als Value Sensitive Design een verzamelbak met technieken om te zorgen dat je dat goed uitgelijnd met die publieke waarden kunt doen.
JOHAN: En de kunst is dan om de tradities die we hebben in dit ontwerp of in die projecten, om daarin de VSD-methode op een slimme manier toe te voegen, wat ook nog weleens een uitdaging kan zijn. Het kan zijn dat je watervalachtig aan de slag gaat en dan op bepaalde momenten die VSD-momenten erin zet. Maar het kan ook zijn dat je het in een agile scrumachtige omgeving doet.
LYKLE: Dat het onderdeel is van het iteratieve proces wat je daar dan vaak hebt. Ik denk dat de werkelijkheid van vandaag ook dicteert dat we niet alleen maar in waterval meer kunnen werken, maar dat we op ieder moment weten dat er nieuwe inzichten kunnen komen en dat we daarin ook moeten reageren in de uitvoering van onze systemen. Hebben jullie tips of tricks zo aan het eind van dit webinar waarvan je zegt: Als dit je nieuwsgierigheid gekieteld heeft, dan moet je vooral dit doen of daar kijken.
JOHAN: Ik begrijp dat er een goodiebag komt.
LYKLE: Ja, zeker.
JOHAN: Dat is...
LYKLE: Wat gaan we daarin stoppen? Links naar voorbeelden van waardenkaarten.
CHRISTEL: Ik denk dat we ook goed moeten kijken naar de instrumenten en de voorbeelden die we al hebben. Een heel belangrijk instrument is natuurlijk het Beleidskompas en de uitvoeringstoets die we hebben. Ik zou ook altijd adviseren dat als je een proces of een systeem moet gaan inrichten die bijvoorbeeld uit beleid of uit de wet volgen: Kijk goed en lees ook echt wat er in dat proces voorbij is gekomen, want daar staan al zoveel publieke waarden in genoemd. Een andere tip: ga kijken naar soortgelijke organisaties en of die al een waardenkaart hebben. Zeker op gemeentelijk niveau, op decentraal niveau, zijn er al prachtige voorbeelden die vindbaar en deelbaar zijn. Laat je daardoor inspireren. De CODIO is superhandig om die waarden voor jezelf helder te krijgen. En kijk eventueel naar waardenkaarten vanuit een specifieke context. Bijvoorbeeld het sociale domein of vanuit de veiligheid. Je hoeft niet vanaf nul te beginnen.
LYKLE: Doe dat vooral ook niet. Gebruik wat er al ligt, maak het je eigen en vul aan.
JOHAN: En VSD-methoden zijn dusdanig flexibel dat je al op hele kleine schaal en heel eenvoudig in het bestaande ontwikkeltraject, implementatietraject of monitoringstraject die techniek kunt gebruiken. En de ethische matrix.
LYKLE: Zo simpel als-ie lijkt. Een inzichtgevend instrument. Mooi. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit webinar, waarin we leerden hoe je met Value Sensitive Design kunt werken aan technologie en techniek met een geweten. Het laat in ieder geval ook zien hoe je al die mooi publieke waarden die we met z'n allen nastreven concreet kunt vertalen en welke methodes je daarbij kunt gebruiken. Linkjes naar alle genoemde zaken komen, als gezegd, in de digitale goodiebag. Die krijgen jullie als kijkers opgestuurd. Als je dit webinar later terugkijkt, vind je die linkjes vlak bij dit filmpje in de buurt. Ik wil heel graag ICTU bedanken voor het weer gebruik mogen maken van hun studio. Ik wil Jip en Martijn van Kraats AV bedanken voor het beheren van de techniek, en mijn collega's Femke, Janet en Roy voor het modereren van de chat. En natuurlijk heel erg veel dank aan mijn gasten van vandaag: Johan Versendaal en Christel van der Wal. Fijn dat jullie hier waren en jullie de tijd hiervoor wilden nemen. Jullie, lieve kijkers, bedankt voor het kijken en alle vragen en reacties die jullie in de chat gesteld hebben. We hebben ze aan tafel niet gekregen, maar in de chat zijn ze rondgegaan. En jullie reacties op alle polls. We hopen dat jullie wijzer zijn geworden. Als dat zo is, hopen we dat je het ook wilt delen straks met je collega's. Veel succes met het toepassen van welke gereedschap uit de hele gereedschapskist van VSD dan ook. We hopen dat we er met z'n allen beter van mogen worden. Dankjewel.
[Bedankt. Bezoek onze website om dit webinar later terug te kijken: it-academieoverheid.nl. RADIO, leren is 'net'werken.]